HET SEMINI-LIED

Ed Kooyman en Herman Van Haeren
Eind jaren '80 schreven Ed Kooijman en Herman Van Haeren een lied dat heel goed de Semini-traditie toelicht. Het verscheen in 1990 op hun album '1000 Weekends'.
Jarenlang hebben zij dit lied gezongen in het stadhuis als de pasgetrouwde koppels na hun huwelijk de statietrap afkwamen.
En ook nu nog wordt de derde strofe van het lied gezongen na de huldiging van het koppel op de Grote Markt.
Diegene die het willen meezingen tijdens de viering kunnen hier de tekst vinden. Op Antwerps.be vind je de transcriptie in het Antwerps dialect.
In de donkere Middeleeuwen hadden ze ne god die zorgde voor de vruchtbaarheid.
De patroon van ieder meisje dat al van de straat was maar dat nog geen boeleke had.
En hij heeft van hier tot op het zuid, jarenlang zijn zaad gezaaid.
Want hij stond daar toch al duizend jaar te stoefen met zijn fluit.
Och zie nu Godjumenas;
Onze papa Semini
Zijne falalalaliere is weg !
In den tijd van d'inquisitie waren de Sinjoren ketters van de bovenste plank.
En de Spanjaard kwam ons straffen want dat spelleke duurde hier al veel te lang.
Toen kwam er een Jezuiet op af, die gaf ons volk de grootste straf.
Want hij kapte met zijn bijl onze papa zijn pietje zo maar af.
Och zie nu Godjumenas;
Onze papa Semini
Zijne falalalaliere is weg !
Ieder jaar begint de Lente en dan roept Semini zijn volk bijeen,
om het feest van d'ongeremde vruchtbaarheid te vieren aan de poort van het Steen.
Hij heeft dat gaarne want hij was de vader van 't Sinjorenras.
In feite zijn wij allemaal kinderen van god Gjumenas.
Och zie nu Godjumenas;
Onze papa Semini
Zijne falalalaliere is weg !
Och zie nu Godjumenas;
Onze papa Semini
Zijne falalalaliere is … weg !

